Barbara Sarafian: “Iedereen laat sporen na. Mooie én lelijke”

Barbara (7 van 22)

Wat wil je doorgeven aan wie na jou komt? Welke zaken zijn van onschatbare betekenis of waarde en zou je willen vrijwaren van de vergetelheid? Welke voorwerpen definiëren wie je bent? NotaBene vroeg Barbara Sarafian wat zij in een tijdcapsule zou stoppen voor de volgende generatie.

Barbara Sarafian is door en door Gents, maar draagt dankzij haar Armeense vader wat exotisme in haar familienaam. Studio Brussel-luisteraars van het eerste uur kennen haar wellicht nog als Sonja Duplex, een fictief radiopersonage dat elke week haar liefdesleven met erotische stem uit de doeken kwam doen in De Lieve Lust. Tv-kijkers die in hun geheugen graven, denken aan Alles kan beter, waar ze aan de zijde van onder anderen Mark Uytterhoeven, Rob Vanoudenhoven en Guy Mortier komisch commentaar gaf op amusante televisiebeelden en sketches speelde. Bioscoopgangers herinneren zich meteen Aanrijding in Moscou. In De Slimste Mens viel ze vorig jaar op met haar fokkof-trui, een ludieke manier om Vlaanderen te laten delen in haar levensmotto ‘fuck off’.

“Ik ben een nostalgisch iemand”, laat Barbara Sarafian halverwege het gesprek vallen. Dat treft voor een gesprek over herinneringen en toekomstverwachtingen. “Maar niet alles wat ik had willen meebrengen voor mijn tijdcapsule heb ik bij me. Zoals wel meer gebeurt, zit een groot deel van mijn leven in kartonnen dozen waardoor ik er niet meteen aan kan. De glazen bol die ik zocht, moet je je maar inbeelden. Net zoals de schilderijen van mijn mama en de schriften van mijn papa.”

Ze struint het STAMcafé (let op: niet háár stamcafé, maar het gezellig drukke café van het STAM op de Bijlokesite in Gent) binnen met de bedrukking op haar tote bag dicht tegen haar zij aangedrukt. “Als mensen die fokkof erop gedrukt zien, zijn ze in staat de zak zomaar van mijn schouder te rukken”, schertst Barbara Sarafian.

Barbara (14 van 22)

Die fokkof, typeert dat Barbara ten voeten uit?
“Eigenlijk weet ik niet waarom dat is uitgegroeid tot zo’n succes. Tijdens de tv-quiz De Slimste Mens had ik er tegen Erik Van Looy uitgeflapt dat mijn levensmotto ‘fuck off’ was. Later, tijdens de finaleweek van het spelprogramma, had ik een trui aan waarop het gestileerde fokkof stond, waarna heel wat mensen zo’n trui wilden hebben. Het is eigenlijk een project met mijn zoon Julian. Eerlijk? Ik weet eigenlijk niet waarom mensen zo’n trui willen hebben, iedereen heeft toch zijn eigen persoonlijke verhaal of motto? En toch, ze snokken het uit mijn handen, zonder dat ze mij kennen.”

Hecht je er belang aan dat mensen je kennen?
“Ik heb mezelf beloofd mij daar niet te veel mee bezig te houden, met hoe anderen naar mij kijken. Als ik mij als beetje publieke persoon voortdurend zou afvragen wat mensen van mij denken, dan zou ik nooit meer bezig zijn met wat mij bezielt. Dat is wel anders als ik werk, dan wil ik mijn publiek in de buik raken. Als ik geen gevoelens kan losweken als ik acteer, dan doe ik mijn werk niet goed. Of ik nu op een podium sta of meespeel in een tv-serie of een film, ik wil dat wie naar mij kijkt mijn emoties deelt. En denkt: ‘Dat voel ik ook.’ Ik wil delen. Ik wil connectie maken. Een zaadje planten.”

Sporen nalaten?
“Ach, sporen laat je sowieso na. Of je nu wil of niet. Mooie én lelijke sporen.”

Sta je geregeld bij stil bij wat je aan het doen bent?
“Ik ben altijd bezig met wikken en schikken. Als ik vind dat ik iets genoeg gedaan heb, is het tijd voor iets anders. Net nog maakte ik een voorstelling met scholieren uit het technisch en beroepsonderwijs. Moi? Ja, ik. Zelden was ik zo ontroerd. Die jongeren zijn zó geconditioneerd… ‘Wij zijn máár beroeps en technisch…’ Dat pakt dus niet bij mij, hé. Ook al legden ze me soms het vuur aan de schenen door niet op tijd op te dagen, ik was bij momenten zo vertederd. Op zo’n momenten ervaar ik een beetje magie.”

Koester je je herinneringen?
“Zeker, ik ben een nostalgisch iemand.”

Wat het moeilijk maakte om slechts vijf voorwerpen te kiezen voor je tijdcapsule?
“En of. Ik dacht eerst: ‘Ik pak iets waardevols.’ Waarna ik dat meteen een ijdel idee vond omdat het alleen aan mij gelinkt was. Maar uiteindelijk… fokkof, waarom zou ik mij daar iets van aantrekken? Ik had graag mijn glazen bol – die ergens huist in een kartonnen doos – meegenomen. Die is enorm belangrijk voor mij. Niet omdat ik een waarzegster ben, maar omdat het voor mij een oude vorm van virtualiteit is. Nu moeten we maar op een knop duwen om allerlei voorspellingen te kennen, maar een glazen bol stamt uit de tijd waarin we echt niet wisten wat er morgen zou gebeuren.”

“Nog in die dozen: schilderijen van mijn mama en schriften van mijn papa. Ik blader daar regelmatig door. Hij had zo’n esthetisch handschrift, eigenlijk schreef hij in drukletters. Op het eerste gezicht zou je denken dat het machinaal is, maar het is pure kalligrafie, met kleine hoofdletters en af en toe een tekeningetje. Mijn vader schreef over van alles: van mantra’s  over Vedische teksten tot passages uit de Koran. Het geeft mij rust om zijn spirituele lessen te leren en te zien waar ik vandaan kom. Ik wil ook dat de kinderen van mijn zoon dat zien.”

Kijk je ernaar uit om oma te worden?
“Enorm. Ik weet niet waar dat nestgevoel vandaan komt. Natuurlijk zal ik mijn zoon niet verplichten om snel vader te worden, maar ik vermoed dat het een typische gedachte van moeders is: ‘En nu zal ik het helemaal goed doen.’ (lacht)”

IN DE TIJDSCAPSULE

Barbara (12 van 22)
“Toen ik die appel in mijn tote bag stopte, dacht ik nog: ‘Maar Barbara, dat is toch niet spectaculair?’ Wel, je m’en fous. Het gaat om wat een voorwerp symboliseert en niet om het object zelf. Voor mij was een appel vroeger iets dat ik uit de boom plukte of van de grond raapte. Dan vroeg ik aan mijn ouders of ik hem mocht opeten, want hij had een kneuzing. Een appel vroeger, dat was snoep, dat kriebelde in mijn mond van het zoet en het zuur – een geschenk van de natuur. Als ik nu een appel eet, is dat een vrucht waarvan ik niet weet waar hij vandaan komt en die ook anders smaakt. Zitten er eigenlijk nog wel vitaminen in? Wellicht kan ik nooit meer die appel eten die ik 40 jaar geleden at.”

Barbara (5 van 22)
“Wie een pen vastpakt, geeft aan dat hij de tijd neemt om zorgvuldig te communiceren. Zeker als je een brief schrijft, wat ik zelf nog altijd graag doe. Een handgeschreven brief blijft een speciale attentie. Wie schrijft, moet de wereld even opzijzetten en zich volledig concentreren op wie hem zal ontvangen. Mooi schrijven is echt millimeterwerk. Ik heb een koffer vol brieven die ik bijhoud. Liefdesbrieven tussen mijn ouders, tussen mijn grootouders, van mijzelf naar mijn eerste lief… Dat is zo ontroerend. Die brieven blijven mij tonen waar ik vandaan kom.”

Barbara (3 van 22)
De matroesjka’s doet mij sterk denken aan mijn jeugd. Ik kreeg ze van mijn mama: ‘Hier, dat is om mee te spelen.’ Ik wou natuurlijk een Barbie, maar nee (lacht). Matroesjka’s symboliseren het onheilspellende van de wereld waarin we nu leven. Ik heb nooit het gevoel gehad dat wij op wereldniveau op ons gemak konden zijn, hoewel ik lang die hoop heb gekoesterd. Misschien zullen mijn kleinkinderen in een zelfde politiek klimaat leven als waar we nu in leven, maar ik heb er geen vertrouwen in. Eigenlijk wil ik mijn boodschap van bezorgdheid niet een capsule steken, de matroesjka’s wel. Al is het maar als popje voor mijn kleindochter.”

Barbara (17 van 22)
“De queen met het immer draaiende handje is een gadget dat je in veel Vlaamse huiskamers vindt. Bij mij gaat het over de Britse queen Elizabeth. Ja, ik ben een beetje monarchist. Koningin Elizabeth staat hier symbool voor vrouwelijke macht. Ze is op topniveau bezig geweest met politiek, ze genoot een gigantische machtspositie, en deed het allemaal op eigen kracht. Ik vraag me af hoe het binnen 50 jaar, als mijn tijdcapsule opengaat, gesteld zal zijn met genderdiscriminatie. Later wil ik samen met mijn kleindochters en kleinzonen discussies hebben aan de haard, over gender en macht. Dat zijn de gesprekken die we thuis ook altijd voerden.”

Barbara (11 van 22)
“Mijn vader had een Hasselblad. Jammer genoeg is die verloren gegaan. Heel mijn jeugd heb ik mijn vader met zijn hoofd naar beneden zien lopen, want in die pose nam je foto’s (lacht). Dit fototoestel gaat niet over de passie voor de camera, maar over de functie van het beeld. We leven in een wereld waarin we niet langer zelf kunnen beslissen wanneer we naar een beeld kijken en wanneer niet. Beelden zijn er altijd en overal. Blanco bestaat niet meer. Met als gevolg dat we vergeten wat foto’s met ons gemoed doen. Ze slingeren ons van de ene emotie in de andere. Op sociale media wemelt het van de beelden, waarin je soms ongevraagd opduikt. Daar word je toch gek van? Dan denk ik: ‘Neem eens een boek, doe eens iets anders.’”

Tekst: Dirk Remmerie – Foto’s: Thomas De Boever

Nadenken over jouw nalatenschap? Dat begint op Notaris.be.

Ontdek het 2de nummer van NotaBene

One comment

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s